Wat ik doe, moet ik goed doen
Eerste winnaar Topklasse Celgetal Challenge bekend
Als het tankcelgetal al 10 jaar dik onder het landelijk gemiddelde ligt en afgelopen jaar het gemiddelde uitkwam op 47.000 met slechts één klinische mastitis geval, dan kun je niet meer over een toevalstreffer spreken. Gerard Ketelaar is terecht de eerste winnaar van een gepersonaliseerd bedrijfsbord in de Heemskerk Celgetal Challenge Topklasse.
Met zijn bedrijf met beperkte omvang heeft Gerard Ketelaar een duidelijke visie; ‘Ik heb maar 50 koeien en daar moet ik het mee verdienen. Dus wat ik doe, dat moet ik goed doen’. Op de grens tussen Friesland en Drenthe realiseert Ketelaar een rollend jaargemiddelde van 9.394 kg melk met 4,67% vet en 3,73% eiwit. Dat de BSK het celgetal overstijgt is geen unicum meer en bewijst dat het met de uiergezondheid op zijn bedrijf wel goed zit. Een terechte finalist in de Topklasse van de Celgetal Challenge.
Duidelijk melkprocedure
‘Goede producten gebruiken’, antwoordt hij met een lach op de vraag hoe hij tot deze resultaten is gekomen. Gerard hanteert een duidelijk melkprotocol in de 2x5 visgraat melkstal. ‘Eerst worden alle spenen voorgedipt, vervolgens wordt iedere koe met een schone papieren doek voorbehandeld, voorgestraald en daarna onder gehangen. Tussen het voorbehandelen en aansluiten kan wel 2 minuten zitten’. Tijdens het voorbehandelen worden de spenen gedipt met Foam RTU, een voorschuim met een reinigende, desinfecterende en verzorgende werking. Voor de speendesinfectie na het melken, vertrouwt de Friese ondernemer al meer dan 10 jaar op 4XLA® en uiteraard ontbreken de melkershandschoenen in de melkstal niet.
Preventieve maatregelen beperken antibioticagebruik
‘De buurvrouw, die twee keer per week melkt, is net zo secuur als ik en kent ook alle koeien’, vertelt Gerard die de eerste signalen van een uierontsteking zoals een vlokje in de melk of een hard kwartier in de melkstal oppikt. Dan wordt er direct gehandeld. De koe wordt tussendoor nog een paar keer gemolken, de uier ingesmeerd met een verkoelende zalf, een pijnstiller of in het uiterste geval wordt ze behandeld met antibiotica. Ook tijdens het droogzetten wordt antibiotica beperkt gebruikt. ‘Ik hanteer een ondergrens van 50.000. Is het celgetal net voor droogzetten wat hoger maar heeft ze daarvoor geen problemen gehad, dan gebruik ik geen antibiotica. Ongeveer 70% van de koeien wordt zonder antibiotica drooggezet’. Door al deze preventieve maatregelen is het antibioticagebruik met 2,08 dierdagdosering laag.
Vast protocol voor droogzetten
Net als bij het melken hanteert Ketelaar voor het droogzetten een vaste procedure. ‘Een paar dagen voor het droogzetten blijft de koe binnen en krijgt ze geen mais meer om de melkgift te drukken naar zo’n 12 kg per dag. ‘Koeien die ik droog moet zetten, melk ik ’s ochtends als laatste. Aan het einde van het melken heb ik dan de tijd om ze rustig droog te zetten. Zowel de koeien met als zonder antibiotica krijgen een teatsealer. Na het dippen wordt de koe gesepareerd. Om het slotgat schoon af te laten sluiten, blijft ze nog een paar uur vaststaan’, vertelt Gerard over zijn droogzetprotocol.
Schone ligboxen
Sinds een jaar of zeven liggen de koeien op waterbedden wat volgens Gerard de uiergezondheid heeft verbeterd. De boxen worden dagelijks voorzien van een vers laagje fijn gemalen stro en meerdere malen per dag met de krabber schoongemaakt. Een mestschuif zorgt dat de roosters schoon blijven en waar dat niet kan doet Gerard het handmatig. ‘In periode van hittestress strooi ik BoxClean® in de boxen’. Ondanks het warme weer liet het tankcelgetal afgelopen jaren geen pieken zien en bleef deze structureel laag.
Via rantsoen werken aan de weerstand
‘De weerstand van de koeien proberen we via het rantsoen goed te houden. Ik heb geen voermengwagen. In het achterste deel van de ligboxenstal staat een Weelink voerhek waar de graskuil verstrekt wordt. In het voorste deel krijgen ze mais, een maatmeel (’s winters eiwit en in de zomer energie), mineralen en een productiebrok via de krachtvoerboxen. Iedere dag haal ik de voerresten weg’. Om een goede kwaliteit mais te telen, zet Ketelaar de bodemstimulant GrowPEQ Maize in. Het inkuiltoevoegmiddel Tasty Silage Maize wordt gebruikt om de conservering goed te laten verlopen en broei te voorkomen. Een kuilvoersnijder zorgt voor een mooi strak snijvlak, waarna de kuilbult weer goed wordt afgedekt totdat de volgende rij wordt afgesneden. ‘Ook de waterkwaliteit is belangrijk. Door hogedrukwaterbakken te plaatsen is deze verbeterd’, vult hij aan.
Hoge levensduur